Kip Milanese met spaghetti arrabbiata (Jamie Oliver)
Wanneer je twee Italiaanse klassiekers combineert onder de deskundige leiding van Jamie Oliver (en Gennaro Contaldo), weet je dat het smullen wordt. Perfect voor liefhebbers van alles wat de Italiaanse keuken zo’n wereldwijd succes maakt.
Start met de arrabbiata-saus: versnijd de tenen knoflook in fijne plakjes en rits de blaadjes rozemarijn van de takjes. Fruit samen in een scheut olijfolie.
Schil enkele fijne reepjes zeste van de citroen met een dunschiller en voeg toe.
Verkruimel de gedroogde chilipeper. Halveer de chilipepers en verwijder de zaadjes. Voeg samen met de ansjovisfilets (en hun olie) toe aan de pan. Laat 5 minuten stoven, roer regelmatig.
Blus met de gin (of vodka) en flambeer. Voeg dan de passata toe en breng verder op smaak met peper en zout. Laat 10 à 15 minuten pruttelen. Werk daarna af met een beetje room. Zet opzij.
Doe de bloem, het paneermeel en de (geklutste) eieren in drie kommen.
Klop de kipfilets plat (ongeveer één centimeter) met een vleeshamer. Kruid met peper en zout.
Wentel de kipfilets door de bloem, vervolgens het ei en tot slot het paneermeel. Schud goed af en duw daarna het paneermeel extra goed in het vlees.
Breng ondertussen een royale portie gezouten water aan de kook. Gaar de pasta volgens de instructies op de verpakking.
Giet ongeveer één centimeter plantaardige olie in een pan. Voeg enkele takjes (citroen)tijm toe en breng op temperatuur. Frituur de kipfilets 4 à 5 minuten langs elke kant, tot ze goudbruin zijn.
Voeg op het laatst het klontje boter aan de pan toe en bedruip er de krokante kipfilets mee. Laat daarna uitlekken op keukenpapier.
Roer de beetgare spaghetti door de arrabbiata-saus. Verdeel over de borden en schik er de knapperige kipfilets – in reepjes versneden – op. Serveer met geraspte pecorino, een partje limoen en een frisse salade met seizoensgroentjes. Smakelijk!