Dit pittige gerecht uit Portugal ontstond in de 16de eeuw toen ontdekkingsreizigers een pittig pepertje in Afrika ontdekten. Het werd snel een, ondertussen traditionele, smaakmaker in talloze bereidingen. In dit exotisch en toch alledaags gerecht worden de pepertjes gebruikt om kip te marineren, wat heerlijk past bij rijst en een gevarieerd groentesausje.
Plet de teentjes knoflook en hak het piripiripepertje fijn (verwijder de zaadjes voor een milder resultaat). Meng samen met de kippenkruiden, het sap van de limoen en olijfolie tot een pittige marinade.
Wrijf de stukken kip grondig in met de marinade. Laat minstens twee uur, bij voorkeur een etmaal, marineren.
Verhit een scheut olijfolie in een ruime, hoge pan. Bak de stukken kip rondom goudbruin. Haal daarna uit de pan en zet even opzij.
Bak de spekreepjes aan in dezelfde pan. Snipper ondertussen de uien, knoflook en piripiripeper fijn. Voeg toe aan de spekreepjes en laat mee bakken.
Versnijd in tussentijd de overige groentjes in hapklare stukjes. Voeg toe aan de pan en laat mee stoven. Breng op smaak met peper en zout.
Roer het tomatenconcentraat door de groentjes. Laat even aanstoven. Blus dan met de witte wijn. Roer alle aanbaksels goed los.
Leg de stukken kip in de saus, dek af en laat laat nog een half uurtje pruttelen op een zacht vuur.
Kook ondertussen de rijst in gezouten water volgens de instructies op de verpakking en snipper de peterselie fijn.
Werk de saus af met de peterselie en, indien gewenst, peper/zout. Serveer de rijst in diepe kommen. Leg er een stuk kip op en lepel er flink wat saus over. Werk af met nog wat peterselie. Smakelijk!